Trouw: “Biokatoen is schoon, herbruikbaar én de nieuwste babymode” – Laladoo

Trouw: “Biokatoen is schoon, herbruikbaar én de nieuwste babymode”

Op 27-02-2018 plaatst Robin van Wechem een artikel in Trouw over Laladoo, n.a.v. een interview met oprichter Lex Knobben.
Trouw: “Biokatoen is een goed begin voor babykleding, maar gaat niet ver genoeg, vonden de oprichters van Laladoo. Hun rompertjes zijn volledig gifvrij en biologisch afbreekbaar.”

Drie verschillende experts hebben kritisch naar Laladoo gekeken. Lynsey Dubbeld, trendanalist en auteur van het boek ‘Mode voor morgen’, Kirsten Palland van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal en Babette Dorcelijn, auteur van het boek ‘De verborgen impact’ en nummer 73 in de Duurzame 100 van Trouw, geven hun kritische maar positieve mening over ons product.
Lees het hele artikel op: www.trouw.nl – Laladoo

Trouw 27-08-2018:
Het idee ontstond na een nieuwsitem over havenmedewerkers die naar het ziekenhuis moesten worden gebracht toen ze een container hadden geopend waar giftige dampen uitkwamen, vertelt Lex Knobben van Laladoo. “Om bacteriegroei tijdens het transport tegen te staan, worden containers volgespoten met chemicaliën. Op kleding zitten vaak resten van het kankerverwekkende formaldehyde dat wordt gebruikt om kleding te verven.”

Toen Knobben ook nog een documentaire zag over Cradle to Cradle (wieg tot wieg), kort gezegd het principe dat je bij het ontwerp van een product al rekening houdt met het afdanken, was hij om. Hij sprak met Michael Braungart, grondlegger van de Cradle to Cradlefilosofie, die gecharmeerd was van het plan, maar flink geld vroeg om het te begeleiden.

Samenwerken
Dat geld was er niet, zodat Laladoo besloot aan te haken bij het Duitse kledingmerk Trigema, dat samen met Cradle to Cradle-onderzoeksbureau EPEA een kledinglijn met drie keurmerken ontwikkelde. GOTS garandeert dat de katoen biologisch is, Öko-Tex verzekert dat er geen residuen van schadelijke stoffen in het eindproduct zitten en het zilveren Cradle to Cradle certificaat maakt dat het eindproduct veilig op de composthoop kan worden gegooid.

De babyproducten van Laladoo zijn in Nederland ontworpen en worden door Trigema gemaakt. De stof is geverfd volgens een geheim (maar waarschijnlijk milieuvriendelijk) procedé dat is gecertificeerd door EPEA. De stiksels, de labels en de maattabel zijn van biologisch afbreekbaar en gifvrij materiaal.

Omdat de kostprijs van de babykleertjes hoog ligt (vooral omdat ze in Duitsland worden gemaakt) zet Knobben ze in de markt als kraamcadeau. Een rompertje kost bijvoorbeeld 21,95 euro. Alle producten zijn verpakt in een koker van biologisch afbreekbaar maïszetmeel met zonnebloemzaadjes. Je kunt die zaadjes opkweken, de koker kan daarna in de biobak.

Lynsey Dubbeld, trendanalist en auteur van het boek ‘Mode voor morgen’, bevestigt dat het vrij bijzonder is in de mainstream kledingindustrie dat zowel het katoen als de stiksels, etiketten en kleurstoffen van natuurlijk en biologisch afbreekbaar materiaal zijn. “Vooral knopen, waslabels en etiketten zijn van synthetische stoffen of leer. Dit bemoeilijkt de recycling.” De rompertjes van Laladoo hebben dan ook geen drukknoopjes, maar een strikje.

Keurmerken
De combinatie van keurmerken lijkt de verschillende kanten van duurzaamheid goed af te dekken. Öko-Tex kijkt naar stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid van de eindgebruiker, maar zegt weinig over de milieubelasting van de productiewijze. GOTS zegt iets over de productiewijze maar weer niets over hergebruik. De Cradle to Cradle-certificering staat volgens Dubbeld bekend als een onafhankelijk en tamelijk streng keurmerksysteem op het gebied van hergebruik.

Kirsten Palland van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal vindt ook dat de keurmerken elkaar aanvullen. Ze wijst erop dat Öko Tex indirect wel eisen stelt aan het gebruik van schadelijke stoffen voor het milieu, omdat het werkt met grenswaarden in het eindproduct. Het keurmerk van Cradle to Cradle vraagt fabrikanten rekening te houden met duurzame energie, gebruik van gerecyclede vezels, watergebruik en sociale omstandigheden. “Niet al die eisen zijn echter toetsbaar,” zegt Palland. “Het certificaat wordt ook uitgegeven op basis van intenties of verbeterplannen. Het zilveren certificaat zit tussen goud en brons in.”

De biologisch afbreekbare verpakking van maïs oogst enige kritiek. Dubbeld noemt het een iets minder onduurzame oplossing dan plastic, Palland zegt dat bioplastic vooral een groen gevoel geeft. “Plastic van maïszetmeel scoort vaak beter op het vlak van CO2-uitstoot, maar er is meer materiaal nodig voor dezelfde verpakkingsfunctie. Bovendien is voor bioplastic land nodig om maïs te telen. Composteerbare plastics zijn niet circulair omdat ze in de praktijk niet gerecycled worden. Een verpakking van recyclebare kunststof op aardoliebasis kan daarom beter scoren.”

Biobak
Hoewel Laladoo claimt dat ook de kleertjes na gebruik in de biobak kunnen, raadt Palland dat ten zeerste af, zelfs als ze industrieel composteerbaar zouden zijn. “Afgedankte kleding hoort in de textielbak, zodat het als product kan worden hergebruikt of de vezels kunnen worden gerecycled.” Knobben is het daarmee eens en zegt dat het Laladoo vooral gaat om de veiligheid van mens en milieu.

Palland vindt het hergebruik en de recycling van textiel belangrijker dan biologische afbreekbaarheid. “Je moet er bij kledingontwerp op letten dat het textiel kwalitatief sterk is en na afdanken zo goed mogelijk kan worden hergebruikt. Als dat geen optie meer is, moet het als materiaal goed kunnen worden gerecycled, dus weinig naden, geen ingewikkelde mengsels van materialen en/of kleuren en geen pailletjes.”

Dubbeld zegt dat Cradle to Cradle in de modewereld te boek staat als een ingewikkeld systeem dat hoge eisen stelt aan productontwerp en bedrijfsvoering, omdat je ook de inzameling van oude kleding moet organiseren. Dat laatste vermijdt Laladoo door te kiezen voor biologische afbreekbaarheid in plaats van hergebruik. ‘Er zijn enkele bedrijven bezig met het opzetten van zulke inzamelsystemen, maar een efficiënte methode is er nog niet.’

Hier versus daar
Babette Porcelijn, auteur van het boek ‘De verborgen impact’ en nummer 73 in de Duurzame 100 van Trouw, benadrukt dat de schade ‘hier’ vele malen lager is dan ‘daar’. “De grote problemen blijven achter in de productielanden, waar mensen – en soms ook kinderen – in fabrieken dagelijks onbeschermd met deze stoffen werken.”

Knobben vindt dat juist de meerwaarde van Laladoo. “Wij produceren in Duitsland onder veilige en eerlijke arbeidsomstandigheden zonder chemische stoffen.”